Wat vind je van de hippies? Wel  een leuk gezicht….

Schoolkrant De Kabel  was niet zo maar een schoolkrantje. Her en der zijn ongetwijfeld nog oude exemplaren op stoffige zolderkamers in kartonnen dozen verstopt. En wie een oud nummer terug vindt,  komt tot de ontdekking dat er soms wel heel verrassende verhalen in staan.

Hans (links) en Pim

Zo ook in het laatste nummer van 1967, die met enige moeite tot stand kwam. In dat nummer vinden we een interview, jawel, met Johan Cruijff. Cruijff met puntjes, maar in de jaren zestig en lang daarna nog Cruyff met een Griekse y. Op 3 november, een grauwe vrijdag in de herfstvakantie, trok Hans Goslinga in gezelschap van Pim Donkersloot naar het Ajax-stadion met als enig doel: een interview met Johan Cruyff. Twee dagen eerder was er nog de verloren interland tegen Joegoslavië, twee dagen later de 9-1 overwinning op NEC.

 

Hieronder volgt het complete verhaal van de ontmoeting met Johan Cruyff in de kantine van het Ajax-stadion De Meer.  De scribent was Hans Goslinga, later en nog steeds veel geroemd politiek commentator  van dagblad Trouw.

 

Johan Cruyff

Het is tegen half twee. Over de van de regen glimmende Amsterdamse Middenweg jaagt een rode sportwagen. Ter hoogte van het Ajax Stadion mindert hij vaart en draait met gierende banden de poort in.

Johan Cruyff, Nederlands gevaarlijkste en waarschijnlijk best betaalde voetballer van het ogenblik, arriveert onder een dreigende wolkenhemel voor zijn dagelijkse training. Zoals gewoonlijk wordt hij ook nu weer opgewacht door enkele geestdriftige fans, gewapend met grote plakboeken over hún idool. Een meisje van misschien vijftien jaar dat naast ons staat, fluistert haar vriendin in stille bewondering en plat Amsterdams toe – daar komt ie meid, daar komt Johan -.

– Is het niet vreselijk hinderend en irriterend dat als je in de stad loopt, de mensen naar je wijzen en omkijken?

Je raakt er aan gewend. Maar in ‘t begin dacht je: – loop ik wel goed of heb ik mijn handen in mijn zak? – Nu let ik er niet meer op.

Gelaten ondergaat Johan Cruyff iedere dag weer de consequentie van het beroemd zijn: handtekeningen zetten, journalisten te woord staan en tegenwoordig zelfs benadering van televisie en grammofoonplatenmaatschappijen.

Nadat  hij zich door het groepje fans heeft geworsteld, baant hij zich met zijn branieachtige face naar de stadion ingang. Een ogenblik later is hij voor het oog van de Amsterdamse jochies verdwenen in de lange gangen van het hoofdstedelijke voetbalbolwerk. Zij bekijken in afwachting van het aanvangstijdstip van de training het indrukwekkende wagenpark van hun helden. Natuurlijk krijgt de Austin Healey van Johan Cruyff de meeste aandacht.

Onderwijl is het in de kleedkamer een luid gekakel. Als Rinus Michels evenwel binnenkomt verstomt ieder geluid. De rijzige Amsterdammer heeft een duidelijk overwicht op zijn spelers. Niet voor niets wordt hij wel genoemd het geheime wapen van de sterrenformatie. Sinds 1965 toen het met de club bergafwaarts ging en men de falende Vic Buckinham de laan uitstuurde, heeft Rinus Michels de touwtjes strak in handen. In twee jaar tijd smeedde hij via ‘zijn’ systeem en met een vaste kern van spelers een eenheid die thans behoort tot Europa’s beruchtste keurbenden.  Jawel, maar Ajax zou geen Ajax zijn zonder Johan Cruyff. Hij vormt zonder meer het unieke kopstuk op de ploeg.

Precies twee uur begeven de spelers zich in een vliegende storm met felle wind- en regenvlagen naar het trainingsveld. Michels is onverbiddelijk: – Binnen trainen vermijden we zo veel mogelijk -.  Het trainingsveld is van het stadionterrein gescheiden door een moddersloot en alleen bereikbaar via een smalle glibberige plek. Een staaltje van accommodatie.

Met het oog op de naderende wedstrijd tegen NEC zondag waarin de club uit Nijmegen overigens met 9-1 ten onder ging, is de training licht: lange dribbels met korte wendingen over het veld, combinaties en tenslotte een partijtje handbal, waarbij alleen gedoelpunt mag worden via een kopbal. Vooral Sjaak Swart, die in de interland tegen de Zuidslaven bewees weer in grote vorm te steken en de jonge Arie Haan spanden zich bijzonder in.

Ondanks het slechte weer hebben zich een groot aantal voetballiefhebbers langs de lijn opgesteld. Haast allemaal oude mannetjes, die de reeks oefeningen met een mompelend commentaar begeleiden.

Na afloop van de training hebben wij een gesprek met Johan Cruyff in de gezellige kantine boven het stadion. Cruyff, gekleed in een alrode col met daarover een blauw best, een ijzig scherpe scheiding in zijn natte haar, blijkt een vlot prater. Duidelijk is dat hij een grote routine heeft verkregen in het beantwoorden en ontwijken van bepaalde vragen. Aan de biljarttafel ondertussen bindt Piet Keizer de strijd aan met Ajax vliegende en langharige back, Wim Suurbier.

Johan, wat is jouw dagindeling?

 – Nou, ‘s morgens lekker uitslapen he, een kop koffie en ja, dan heb je altijd wel wat te doen, lezen of zo. ‘s Middags ga ik dan trainingen en ‘s avonds naar de bioscoop of naar één of andere danstent.

Studeer je niet meer?

– Nee, daar heb ik geen tijd meer voor. Twee jaar geleden ben ik gestopt met mijn opleiding voor het middenstandsdiploma. Dat verhaal van die studiebeurs van Ajax is uit de lucht gegrepen. De helft van wat de journalisten over je schrijven is trouwens niet waar. Maar je bent er wel gevoelig voor. Maandagochtend grijp je meteen naar de kranten.

Politiek?

– Heb ik mij nooit voor geïnteresseerd!

Oorlog?

 Voor de orde kan de vraag: Wat vind je van de hippies? natuurlijk niet ontbreken. Johan, verscholen achter zijn glas pils, reageert er echter even nuchter als het verschijnsel extreem is, op: wel een leuk gezicht!

Naast voetbal nog andere sporten??

-Nou, ik biljart graag en in de zomer tennis ik veel.

Doping, in de wielersport bijvoorbeeld?

– Dat hebben die jongens wel nodig. Hoe kunnen ze anders zo’n Tour de France uitrijden? Natuurlijk moet het op medisch advies. Als ze zelf gaan rotzooien is het fout. In de voetbalsport komt het zover ik weet niet voor.

Psychiaters in de sport?

– Die heb je hard nodig. Als je iedere week weer moet voetballen en iedere week weer moet doelpunten maken, wordt de druk te groot. Af en toe weet je niet eens meer dat je leeft. Dan vangt zo iemand je op. Daarbij komt nog dat ik jong bent. Een jongen als Tony Pronk bijvoorbeeld kan het allemaal zelf wel verwerken.

Is die spanning en druk soms de oorzaak, dat je zoveel praat in het veld?

– Misschien wel  ja, maar in het vuur van het spel merk ik het niet meer. Ook als de scheidsrechter voor een duidelijke overtreding van mij fluit, blijk ik praten en gebaren. Ik heb heet zelf niet door.

Op de vraag hoe hij denkt over de Nederlandse scheidsrechters, wenst hij zeer beslist niet in te gaan. In zijn achterhoofd speelt zeer waarschijnlijk het geval Eykenbroek, die vanwege beschuldigende uitlatingen over scheidsrechter Klopper voor de strafcommissie moest verschijnen.

Leo Horn?

– Die man is volgens mij verbitterd. Hij kan het geloof ik niet helemaal verwerken dat hij toen is gepasseerd bij de wereldkampioenschappen voetbal in Londen. En nu schopt ie tegen alles wat maar met voetbal te maken heeft. Lees maar in Televizier.

Wat kun je vertellen over die geintjes die de Spanjaarden uithalen in de wedstrijd?

– Dat zijn echte smerigheidjes. Achter de rug van de scheidsrechter spugen en krabben ze je in het gezicht of knijpen ze je in rug. Wanneer een Hollander een overtreding begaat, ziet het hele publiek het, maar de Spanjaarden doen altijd geniepig.

Als Cruyff dit vertelt, kijkt Piet Keizer, die nog geen twee dagen geleden in de wedstrijd tegen Joegoslavië het veld werd uitgestuurd, hem veelbetekenend aan. Noch hij, noch Johan wil er over praten. De laatste weet wat zijn makker  te wachten staat als hij moet aantreden voor de strafkommissie. Zijn oordeel over deze heren rechters is dan ook vernietigend – Al die lui die er helemaal geen verstand van hebben, ze verzieken de sport.

Een terreinknecht met een enorm grote hond aan de lijn roept Johan even weg voor een karweitje. Wij nemen deze gelegenheid te baat Klaas Nuninga aan te schieten. De blonde Groninger met het onmiskenbare ja  zuster nee zuster accent moet echter weg en daar helpt zelfs geen pilsje aan.

Wat vind je van Amsterdam? vragen we de inmiddels teruggekeerde Johan Cruyff.

– De mooiste stad die ik ken. Ik ben in veel steden geweest in Europa, maar ik was altijd blij als ik weer in Amsterdam was. Ook wat uitgaven betreft.

Je kunt natuurlijk alle meisjes versieren?

– Haha, ja, misscnien wel, maar veel meisjes komen op de naam af en niet wat je eigenlijk bent. Soms is het best wel geinig.

Als de rode Austin Healey over de met plassen bedekte oprijlaan wegstuift, kunnen we het volgende vaststellen:

Johan Cruyff is nog een domme, nog een lieve jongen maar gewoon een knaap van 20 jaar, die toevallig heel goed voetballen kan!

Hans

Interview met Johan Cruyff

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *