screen-shot-12-05-16-at-01-04-pmUit jubileumnummer De Kabel

 

Het lerarencorps in ’39

Directeur in deze periode was drs. Massink, deze gaf wis- en natuurkunde en kosmografie. Onderdirecteur was D.L. Daalder. De meeste natuurkunde gaf echter de heer H.W. de Koning, een fel voorvechter van Esperanto en vegetarisme. Deze maakte ook diverse filmpjes van excursies, onder andere naar Texel en van de festiviteiten van het 80-jarig bestaan van de school.

Scheikunde gaf dr. Cysouw, die meteen na de oorlog begon met de oprichting van de Alkmaarse Analystencursus. De bioloog was drs. Masschaupt. Verder waren er nog om enige namen te noemen, voor de talen: drs. Galema, dr. Wiarda, dr. Zaman (deze laatste ontpopte zich als fel NSB’er en men was dan ook wat blij dat deze heer spoedig als directeur (!) naar Amsterdam vertrok. Dan niet te vergeten onze onvolprezen Duitse leraar de heer Struyk. Deze is lange tijd onderdirecteur geweest en heeft zelfs de zware taak van waarnemend directeur op zich genomen. Voor wiskunde waren er toen de heren J.J. van de Berg (met als bijnaam ‘Ome Jan’) en de Joodse leraar Mossel. Deze laatste is omgekomen in een concentratiekamp. De natuurkundeleraar De Koning heeft een prachtig gelijkend portret van hem getekend. Dit hangt nog steeds in de lerarenkamer.

Verder waren er nog de heren Roggeveen, Goettsch (de samensteller van het gedenkboek), Snel voor gymnastiek en de dames Haas (Duits) en Jes (gymnastiek).
Een belangrijke figuur in mijn herinneringen is de conciërge, de heer Gerritsen, een ontzettend nerveuze, dribbelende en neuswrijvende man. De lestijden duurden 55 minuten en de toenmalige directeur duldde niet dat er één minuut van verloren ging. Waren er nog leraren met elkaar aan het praten op de gang dan haalde hij heel demonstratief een horloge uit zijn vestzak en keek daar even op. Dit was voldoende om de docenten met grootse spoed het lokaal te doen ingaan. Leerlingen en docenten bivakkeerden als ze op het matje werden geroepen bij de ‘baas’. Jullie begrijpen dat hier geen ordeproblemen in de klas voorkwamen, maar dat ging ten koste van de sfeer op school als er wel zo’n uitzondering was.
De eerste kosmoles vergeet ik ook van mijn leven niet. Ik kreeg in het pikkedonker een doos toegeschoven met lantaarnplaatjes, van die grote 10 bij 10 cm (dia’s kende men toen nog niet). Wist ik toen, hoe of deze plaatjes erin moesten, of het eerst of laatste kwartierstand van de maan was, ik kon dat niet zien. Maar de directeur kon die plaatjes wel dromen en zag aan de bergen en kraters wat het was. Het gevolg was een roffel met een aanwijsstok op de grond totdat ik het in de goeie stand had staan.  Ik leerde hiervan dat je alles goed met een merkteken moest voorzien. Het was ook een goede natuurkundeleraar, waar ik heel veel van heb mogen leren. Hij was altijd het eerste klaar met de leerstof in de vijfde: dat kwam omdat er heel weinig werd gevraagd en het ‘angstig’ rustig  was in de klas.

Heel anders was het in de biologielessen bij de heer Masschaupt. Hier was het doorlopend ‘feest’. In de eerste les die ik hier bijwoonde was het direct al raak: men maakte misbruik van zijn goedheid, hij stuurde nooit iemand naar de directeur, maar dreigde alleen. Men had  toen op een keer een grote wekker meegenomen en deze in één van de kastjes gestopt. Prompt onder de les liep het geval af (waarop ieder in angstige spanning had gewacht). Het gevolg hiervan: een geweldig tumult. Op het moment dat de leraar haast ontplofte van kwaadheid nam men….een foto van hem!!!! Denk je nu zoiets nu maar eens in!!
Ik schreef al, van straf en strafwerk kwam bij deze man niets terecht. Men deed of maakte het eenvoudig niet. Nog een voorval herinner ik mij van een andere biologieleraar. Deze was tijdelijk aangesteld en heette mijnheer S. Deze was hondsbrutaal en had lef als geen ander. Met de pauze kwam hij altijd de lerarenkamer binnen met een ‘goei môgge, lui!’. Hij had tevens een bijzonder zwak voor vrouwelijk schoon. Het was zelfs zo erg dat de kinderen in de klas hem moesten waarschuwen als er op de Paardenmarkt eeen aardig juffie langs liep. Dan tikte hij soms tegen het raam, het slachtoffer liep met een rood hoofd snel voorbij.
Dit wekte natuurlijk een grote hilariteit in de klas, maar het mooiste van alles komt nog. Bij een volgende betrekking (de tijdelijke betrekking was hier afgelopen), waar hij naar solliciteerde was men zo ‘naïef’om zijn papieren op te vragen. Wat bleek nu? Deze man had helemaal geen bevoegdheid om les te geven. De opgeblazen houding was dus alleen maar bluf waar menigeen in tippelde. Gelukkig behoren zulke dingen tot uitzonderingen.
Nu iets over de leerlingen. Het toelatingsexamen was nogal een heel ding. Er werd streng geselecteerd en het waren over het algemeen de uitblinkers op de lagere school, die hier werden toegelaten. Het gevolg was dat men aardig met het voorgestelde programma klaar kwam, ook al omdat de lesuren 55 minuten duurden en wat meer gold, er was weinig afleiding en onderbreking. Hiervan was het gevolg, dat men elk dingetje wat anders was, als gewoon aanpakte tijdens de les, om te ontspannen. Ook het huiswerk kon men rustig maken. De radio was hoofdzakelijk afgestemd op de ouderen met een heel enkel jeugdprogramma en de TV stond nog in de kinderschoenen, laat staan dat iemand dat al thuis had.

 
Herinneringen van een amanuensis
Getagd op:    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *